Interviewen

Lars: Interviewen vind ik hartstikke leuk. Je krijgt van alles te horen, ook over zaken waar ik me geen voorstelling van had kunnen maken.

Marije: Waar ik me nu zo aan stoor zijn interviewers die hun mening zo opdringen. Ze leggen je bijna de woorden in je mond.

Thomas: Interviewen is best moeilijk. Als ik de informatie wil achterhalen die ik nodig heb voor mijn ontwerp, krijg ik vaak van die vage antwoorden, waar ik niets mee kan. Ik heb geleerd om goed door te vragen. Dat werkt wel.

Linet: Ik heb zo'n hekel aan telefonische enquêtes. Als ik die krijg probeer ik altijd zo snel mogelijk de rollen om te draaien. Dan ga ik vragen stellen. Soms duurt het een hele tijd voordat zo'n enquêteur dat in de gaten heeft. Lachen zeg.

Fasen van het interviewproces

Vraagtechnieken

Aanbevolen literatuur

Interviewen voor wetenschappelijk onderzoek is anders dan interviewen voor tijdschriften of nieuwsrubrieken. Bij wetenschappelijk onderzoek probeer je zoveel mogelijk objectieve informatie te achterhalen. Interviewen voor amusementsprogramma's of actualiteitsrubrieken hebben tot doel de aandacht van het publiek te trekken en de objectiviteit van de informatie staat dan niet altijd voorop. In deze tekst gaat het om interviewen in het kader van wetenschappelijk onderzoek. In dit onderdeel gaan we in op de fasen van het proces van interviewen en op de technieken die tijdens interviews gehanteerd kunnen worden

Fasen in het interviewproces

Voorbereiding

Een goede voorbereiding is het halve werk. Als je onvoorbereid gaat interviewen, zul je zeker een leuk gesprek kunnen hebben en veel informatie krijgen. Maar onzeker is of deze informatie een antwoord geeft op je vraagstellingen.

Een interview is doelgericht. De interviewer verzamelt bepaalde gegevens met een speciaal doel. De interviewvragen zijn niet willekeurig, maar beperkt tot de vragen die noodzakelijk zijn om bepaalde informatie te verkrijgen. Interessante vragen, die niet direct van belang zijn voor het doel, worden niet gesteld. In een gewoon gesprek stel je vragen die spontaan bij je opkomen. Elke vraag die bij je opkomt is dan goed.

Een interview kenmerkt zich door een informatie stroom van geïnterviewde (ook wel 'respondent' genoemd) naar interviewer. De interviewer stelt de vragen en de respondent geeft antwoorden, de gevraagde informatie. Heel af en toe stelt de respondent een tegenvraag, maar het is niet de bedoeling dat de rollen omgedraaid worden.

  1. Vooraf vragen formuleren (open en gesloten)
  2. Ga bij jezelf na wat je precies wilt weten en wat je zelf al weet. Probeer dan zoveel mogelijk informatie over het onderwerp en de geinterviewde te verzamelen. Daarna kun je een lijst met vragen opstellen. Bedenk daarbij of je gebruik wilt maken van open of gesloten, van directe of indirecte vragen.

  3. Goede afspraak maken
  4. Maak een goede afspraak met de geinterviewde. Vertel de persoon in kwestie in welk kader je een interview komt afnemen (project, onderzoek), hoelang het interview zal duren, wat je met de informatie gaat doen, of je het interview integraal of gedeeltelijk wilt publiceren, waarom je deze persoon vraagt en hoe je aan zijn/haar naam bent gekomen.

     

    Uitvoering

  5. Interviewer introduceert zich goed
  6. Stel jezelf bij aanvang van het interview voor aan de geinterviewde. Vertel de geinterviewde over het doel van je interview , over wat je gaat doen met de ingewonnen informatie en over het te verwachten verloop van het gesprek. Bijvoorbeeld: "Eerst ga ik u een paar vragen stellen over de ……., daarna over ...."

  7. De interviewer stelt de vragen
  8. Bij het stellen van vragen gaat het om de inhoud. Zorg dat jij je vragen helder en duidelijk formuleert. Neem de tijd om de vragen rustig te stellen en eventueel wat aantekeningen te maken. Daarnaast zul je merken dat je met bepaalde vraagtechnieken het interview kunt beïnvloeden. Lees hierover meer bij het onderdeel vraagtechnieken.

    Als je het interview wilt opnemen op een cassettebandje, moet je daarover altijd eerst toestemming vragen van de geïnterviewde. Als deze daar bezwaar tegen heeft, heb je pech gehad en zul je zelf aantekeningen moeten maken. Als je met meerdere mensen een interview houdt kun je de taken verdelen. Probeer er wel voor te zorgen dat elk groepslid een vraag stelt. Niets is zo vervelend voor een respondent dan iemand een uur lang te zien zonder te weten hoe zijn of haar stem klinkt. Maar voorkom dat je als groep een spervuur van vragen of de respondent loslaat. Het beste is de interviewvragen onder te brengen bij bepaalde thema's en deze thema's toe te wijzen aan bepaalde groepsleden. Elk groepslid is dan verantwoordelijk voor het afwerken van een thema. Zo komt eenieder toch aan het woord en wordt het interview geen spervuur.

  9. De interviewer bewaakt de sfeer
  10. Een belangrijke taak is het bewaken van de sfeer. Je moet een evenwicht zien te vinden tussen een 'social talk' en een zakelijk gesprek. Zeker in het begin van het interview is het handig om informeel iets te vragen over het bedrijf waar iemand werkt of over iets wat op dat moment actueel is (vakantie, drukke periode e.d.)

    Tijdens het interview is het zaak een evenwicht te vinden tussen ter zake doende informatie verzamelen en de praatbehoefte van de respondent inde gaten houden. Als de respondent te lang aan het woord is, moet je hem netjes onderbreken. Dat kan door te zeggen dat hij een interessant onderwerp aansnijdt, waar je graag op het eind nog even op terug komt, maar dat je liever eerst de interviewvragen doorneemt.

  11. Gesprek netjes afronden
  12. Een gesprek eindig je niet abrupt, maar rond je af door de respondent te bedanken voor de medewerking. Ook kun je vragen of de respondent belangstelling heeft voor het eindrapport. Dat kun je eventuele toezenden. Misschien wil je vragen of je nog mag bellen of mailen, voor het geval bij de uitwerking blijkt dat iets niet erg helder is.

    Afwerking

  13. Verkregen informatie vrij snel na interview verwerken
  14. Hoe eerder je het interview uitwerkt, hoe beter. Het zit dan nog vers in je geheugen! Je vergeet ontzettend snel, zeker als je het druk hebt.

  15. Evaluatie

Neem na afloop van het interview de tijd om na te gaan wat goed en wat minder goed ging. Zeker als je met een groep een interview hebt afgenomen. Wees eerlijk en geef elkaar constructief feedback, zodat je nog beter leert interviewen

 

Vraagtechnieken

Open en gesloten vragen

Voorbeeld van eee open vraag:

" Wat hebben leeftijd en wijsheid met elkaar te maken?!"

Voorbeeld van dezelfde vraag in de gesloten vorm:

"Ben je het wel of niet eens met de stelling dat oudere mensen wijzer zijn dan jonge mensen?"

Open vragen gebruik je vooral explorerend, als je nog weinig over een onderwerp weet. Bij een afgebakend onderwerp, of als je veel voorkennis hebt, gebruik je gesloten vragen.

Een andere reden om open of gesloten vragen te stellen is het beïnvloeden van het interview. Als de respondent lang van stof is kun je hem afremmen door gesloten vragen te stellen. Een gesloten vraag kun je meestal alleen met 'ja' of 'nee' beantwoorden. Is je respondent wat kort van stof dan wil het wel eens helpen als je open vragen stelt. Wil je hier een beetje ervaring mee opdoen, probeer het dan eens uit bij vrienden als zij er niet op verdacht zijn.

Begrijpelijke vragen

Vraag slechts een ding tegelijk: "Hoelang werkt u hier al en hebt u het hier naar uw zin?" zijn twee vragen in één zin. Waarschijnlijk geeft een geïnterviewde bij dit soort vragen slechts antwoord op het laatste gedeelte. Omdat hij na het beantwoorden van de laatste vraag de eerste twee alweer vergeten is. Zulke vragen kun je dus beter opsplitsen!

Zorg dat je vragen niet voor meer dan een uitleg vatbaar zijn: De vraag "Hoe denk jij over studentenflats?" is voor heel veel interpretaties vatbaar. Als je die vraag stelt in een interview over hygiëne, krijgt hij een heel andere betekenis dan wanneer je de vraag stelt aan iemand die op zoek is naar een nieuwe kamer. Je moet ervoor zorgen dat de geïnterviewde altijd weet wat je bedoelt, dus in welke context hij of zij de vraag moet plaatsen.

Stel geen vragen die een respondent misschien niet kan beantwoorden: De vraag "Zou je je zusje aanraden om op de Campus te gaan wonen?" is niet van toepassing op iemand die nog nooit op de Campus is geweest.

Suggestieve vragen

Bij de vraag: "Vind jij studentenflats ook zo smerig?" , kun je bijna niets anders dan "ja" zeggen. Als je "nee" zegt, moet je waarschijnlijk gaan uitleggen waarom je dat niet vindt. Dus zullen de meeste mensen "ja" zeggen. Dit zijn suggestieve vragen, omdat zij suggereren welk antwoord gegeven moet worden. Dergelijke vragen zijn nauwelijks van waarde voor een wetenschappelijk interview. Je kunt dan beter vragen: "Hoe denk jij over studentenflats?"

Er zijn een aantal dingen die vragen suggestief maken en die je daarom beter kunt vermijden. Dat zijn:

  • het gebruik van tekst als "Bent u het eens met…." en "Vindt u ook niet dat…."
  • het aanhalen van "deskundigen", zoals "volgens de woningbouwvereniging…"

Waardeoordelen uitspreken over de informatie van de respondent

Subjectief reageren op antwoorden kan het interview meer kleuren dan wenselijk is. Bij een wetenschappelijk interview is het belangrijk dat de interviewer zo objectief mogelijk met de verkregen informatie omspringt (dus registreren en beschrijven, NIET beoordelen).

Aanbevolen literatuur

Hulshof, M. (1992) Leren Interviewen. Groningen: Wolters-Noordhoff

Steehouder, M., Jansen, C., Maat, K., Staak, J. van der, Vet, D. de, Witteveen, M. & Woudstra, E. (1999), Leren Communiceren, Groningen: Wolters-Noordhoff.