Hoe staat het met jou? Hoe goed ben je al?

Hieronder volgen een aantal vragen om te meten op welk niveau jij deze competentie beheerst. Hier gaat het om jouw gedrag in een groep. Als je een vraag niet begrijpt, is dat geen probleem. Het betekent waarschijnlijk dat je de gebruikte termen nog niet kent. In het onderdeel 'Uitleg" worden deze termen toegelicht. Onderstaand lijstje vul je voor én na de tekstuitleg en de oefeningen in. Op deze manier kun je nagaan of jij verbeterd bent. Zorg er wel voor dat je jouw scores bewaart zodat je later kunt vergelijken.

Teambuilding

(Elk criterium scoort op een vijfpuntsschaal, die varieert van 1 tot 5; 1 = laag en 5= hoog)

1. Het gemeenschapeplijk belang van de groep kan ik goed duidelijk maken 1          5
2. Ik bewaak dat de individuele verschillen worden gerespecteerd 1          5
3. Ik zorg ervoor dat er duidelijke afspraken worden gemaakt 1          5
4. Op mijn initiatief heeft elk groepslid een gevarieerd aantal taken 1          5
5. Door mijn toedoen is er voldoende aandacht voor de kwaliteit van de eindprodukten en hun kosten 1          5
6. Ik zorg ervoor dat eenieder een eigen bijdrage heeft aan de groep 1          5
7. Ik vind het belangrijk dat ieder groepslid een eigen taak heeft in de groep 1          5
8. Ik stimuleer dat we waarderingen voor elkaar ook uiten 1          5
9. Ik heb er geen moeite mee om een groepslid aan te spreken op gemaakte afspraken 1          5
10. Mijn irritaties kan ik goed bespreken met de persoon in kwestie 1          5
11. Constructief feedback geven gaat mij makkelijk af 1          5
12. Met feedback van anderen op mijzelf kan ik goed overweg 1          5

Je score:

Het advies: