Complexe oefening "Structureren van lange teksten"

Een tekst met een heldere en duidelijke structuur is al het halve werk. Het bevordert de leesbaarheid. Als de inhoud wat mager is kan de lezer aan een duidelijke structuur in ieder geval zien dat de schrijver zich er niet met een jantje-van-leiden van heeft afgemaakt.

  1. Kies een onderwerp voor een tekst
  2. Schrijf op een kladje alles wat je weet over dat onderwerp.

Als je te weinig van een onderwerp weet, ga je eerst wat over dat onderwerp lezen of erover praten met anderen. Daarna ga je verder met je kladje met trefwoorden. Als je voldoende kreten op papier hebt staan, ga je verder met stap 3.

  1. Ga nu de kreten ordenen. Dat kun je doen door de volgende vragen te beantwoorden:

    • Wat zijn de overeenkomsten en verschillen?
    • Is er sprake van een chronologische volgorde?
    • Kun je de kreten onderbrengen in antwoorden op het rijtje vragen: wie, wat, waar, hoe, waarom, wanneer of een andere ordening?
    • Kun je een verband ontdekken in de kreten, zoals:
    • Oorzaak à gevolg
    • Probleem à oplossing
    • Maatregel à effect
    • Ontwerp à evaluatie

Tijdens het beantwoorden van deze vragen kun je nieuwe associaties krijgen. Dat is prima. Schrijf ze erbij en probeer ze in je ordening op te nemen.

  1. Beschouw deze ordening of structuur als een voorlopige structuur. Je zult merken dat je tijdens het schrijven er nog wel het een en ander aan zult bijschaven. Misschien besluit je op een bepaald moment de hele structuur om te gooien. Soms kan dat een goede beslissing zijn. Het is allemaal onderdeel van het cyclisch schrijfproces.