Robin: Het liefst laat ik anderen teksten schrijven, maar soms ontkom ik er niet aan. Dan moet ik het zelf doen. Het kost mij erg veel tijd om een beetje op gang te komen. Ik vind het moeilijk om vlot te schrijven.

Marije: Uit het commentaar op mijn teksten blijkt steeds weer dat mijn zinnen niet goed lopen. Ik geloof dat ik teveel inhoud in een zin wil stoppen en daar wordt het dan te ingewikkeld van.

Bauke: Schrijven vind ik leuk, maar ik houd er niet van om telkens weer tot in de laatste details mijn teksten te moeten bijstellen.

Elsja: Als mijn teksten klaar zijn, zien het geheel er logisch uit. Niemand weet echter hoe ik heb zitten worstelen om al die informatie helder op een rijtje te krijgen. Ik vraag me wel eens af hoe schrijvers van boeken dat doen. Zouden die vooraf ook zo hebben zitten rommelen?

 

Teksten componeren

Het schrijfproces loopt bij iedere student anders. Sommige studenten schrijven heel spontaan neer wat in hun hoofd opkomt en gaan het later structureren, bewerken, bijstellen en veranderen. Anderen broeden een hele tijd op de rode draad of op één zin voordat ze hem opschrijven. In feite is schrijven veel meer dan alleen maar zinnen op papier zetten. Schrijven impliceert ook het verzamelen en verwerken van informatie, het vormen van je eigen gedachten hierover en het overdragen van je ideeën aan anderen. Allemaal activiteiten die vóór, tijdens en ná het neerschrijven van zinnen plaatsvinden. Schrijven is een complex proces. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat iemand niet weet waar te beginnen.

Schrijven kun je zien als een cyclisch proces van diverse activiteiten die elkaar opvolgen, maar waarbij je steeds vooruit en achteruit blijft kijken (zie onderstaande figuur). Regelmatig doe je een stapje naar voren of naar achteren. Die vrijheid maakt dat het proces een tijd rommelig of chaotisch lijkt, maar dat is inherent aan het schrijven. Maak niet de fout te denken, dat een goede schrijver zijn tekst zomaar eventjes ophoest. Een schrijver kan wel onderdelen snel even neerschrijven, maar aan het uiteindelijke verslag of boek gaat heel wat 'gezoek en geschuif' vooraf. Met de huidige tekstverwerkingsprogramma's is dat ook geen probleem. Het leuke van schrijven is in feite dat je zoveel verschillende activiteiten moet verrichten. Wanneer je inspiratie hebt om iets uit te zoeken, erover na te denken of uit te schrijven dan doe je dat. Heb je bijvoorbeeld geen zin meer in het uitschrijven van een tekstonderdeel in volzinnen, dan stop je daarmee en ga je even nadenken over een volgend onderdeel of ga je details opzoeken op internet of in de bibliotheek. Je doet dan wat anders, maar je bent nog wel met je tekst bezig. Voor een buitenstaander kan dit wat rommelig overkomen, maar je zult merken dat variatie in schrijfactiviteiten je animo om bezig te blijven met schrijven bevordert. Jezelf forceren om te lang met dezelfde activiteit bezig te zijn werkt vaak verlammend. Maak dat je schrijven leuk gaat vinden.

 Klik op de termen in onderstaande figuur als je daar meer uitleg over wilt.

Associaties opschrijven

Informatie verzamelen

Bronnen noteren

Doelgroep bepalen

Structuur aanbrengen

Moeilijkheidsgraad van tekst bepalen

Sjabloon voor lay-out kiezen

Volzinnen uitschrijven

Details opzoeken

Tekst aantrekkelijk maken:

anekdotes / voorbeelden / illustraties

Spelling en grammatica controleren

Inhoud controleren op:

juistheid / volledigheid / interne consistentie / verwijzingen

Literatuurlijst maken

Link maken

Tekst bijstellen

 

 

 Figuur 1: Activiteiten bij het componeren van teksten

 

Associaties opschrijven

Wat je ook schrijft, een verslag, een rapport of een boek, je kunt beginnen met het intypen van jouw eerste associaties bij het onderwerp. Dat kan bijvoorbeeld door trefwoorden op je computer in te typen. Komt er een mooie volzin bij je op, dan kun je die er gewoon tussen plaatsen. Later kun je altijd nog beslissen die zin zo te laten staan, te verplaatsen, te veranderen of te schrappen. Als je zo'n zin niet opschrijft, maar denkt: 'die moet ik onthouden', ben je meer energie kwijt aan het 'niet vergeten' dan aan het verder gaan met schrijven.

Informatie verzamelen en literatuurverwijzingen noteren

Heb je nog geen duidelijk idee, maar alleen een onderwerp dat je wel iets lijkt, begin dan met het verzamelen van informatie (zie ook hoofdstuk 6) Maak steeds aantekeningen van datgene wat je gelezen hebt. Maak hiervoor je eigen (geautomatiseerd) kaartenbaksysteem of maak hiervan een file in een tekstverwerkingsprogramma.

Structuur aanbrengen

Heb je heel veel ideeën en zie je door de bomen het bos niet meer, schrijf dan elk idee neer in een paar trefwoorden. Ga dan een tijdje over die trefwoorden nadenken. Hierbij kun je jezelf de volgende vragen stellen:

  • Welke ideeën hangen met elkaar samen en welke hebben helemaal niets met elkaar gemeen?
  • Zie je bepaalde verbanden of een ordening? Is er sprake van een ontwikkeling in de tijd?
  • Kun je de trefwoorden ordenen aan de hand van het bekende rijtje van vragen als: 'wie, wat, waar, hoe, waarom, wanneer'?
  • Heeft het iets te maken met:
  • 'oorzaak en gevolg' of
  • 'probleem en oplossing' of
  • 'knelpunt en ontwerp' of
  • 'maatregel en evaluatie' of
  • 'ingreep en effect'?

Hier volgt een voorbeeld van onderdelen van een tekst, inclusief de structuur :

Onderzoeksrapport
  • Omslag
  • Titelpagina
  • Abstract
  • Inhoudsopgave
  • Voorwoord
  • Inleiding
  • Hoofdstukken
    1. Achtergronden
    2. Theoretisch kader
    3. Ontwerp
    4. Verloop van het onderzoek
    5. Onderzoeksvragen
    6. Onderzoeksopzet
    7. Onderzoeksresultaten
    8. Conclusies
    9. Aanbevelingen / Discussiepunten
    10. Samenvatting
  • Literatuur
  • Lijst van illustraties
  • Lijst van symbolen / Verklarende woordenlijst
  • Bijlagen

Doelgroep bepalen en moeilijkheidsgraad van de tekst daarop afstemmen

Bij elke tekst moet je weten voor wie je schrijft. Is het de docent of zijn het medestudenten of leden van je studentenvereniging? Als je goed voor ogen hebt wie je lezerspubliek is, pas je daar ook vaak automatische je taalgebruik op aan. Maar zorg ervoor dat je niet doorslaat. Sommige studenten gaan ingewikkelde zinnen formuleren in de hoop hiermee indruk te maken. Andere studenten hanteren een studentikoos taalgebruik in een verslag voor de docent en slaan daarmee ook de plank mis. Zoek naar de juiste toon om je doelgroep aan te spreken.

Sjabloon voor lay-out kiezen

Werk je met een tekstverwerkingsprogramma, dan kun je tegenwoordig leuke sjabloons (standaard lay-outs) kiezen om je tekst aantrekkelijk te maken. Hoe eerder je een sjabloon kiest, hoe minder correcties je later in je lay-out hoeft door te voeren. Lettertypes en -posities wijzigen vaak per sjabloon en daar zijn met name tabellen en figuren gevoelig voor.

Tekst uitschrijven in volzinnen

Op elk moment in het schrijfproces kun je trefwoorden omzetten in volzinnen. Dat kan vanaf het begin, maar dat brengt het gevaar met zich mee dat je veel energie in de formulering van zinnen stopt, die je later misschien gaat schrappen. Wanneer je inspiratie hebt en je hebt zin om al een paar onderdelen uit te schrijven, doe dat gerust. Maar stop als het niet meer zo lekker gaat. Concentreer je dan op andere activiteiten uit het schrijfproces.

Details opzoeken

Tijdens het hele schrijfproces kom je details tegen, zoals cijfers, jaartallen, data en dergelijke. Noteer ze direct als je denkt dat ze relevant zijn. Mocht later blijken dat ze niet nodig zijn, is het makkelijker ze weg te gooien, dan ze als nog na te zoeken. Heb je tussentijds zin om details uit te zoeken, doe dat. Het kan zijn dat het je ontspant. Maar zorg ervoor dat je niet verzandt in details, want details vormen de puntjes op de 'i' en die zijn niet het meest bepalend voor het resultaat.

Tekst aantrekkelijk maken

Een tekst kun je aantrekkelijk maken door goede voorbeelden, leuke anekdotes of illustraties toe te voegen. Zorg er wel voor dat ze de inhoud van de tekst ondersteunen. Als dat niet zo is, hebben deze toevoegingen een averechts effect. De tekst wordt onduidelijk en verwarrend in plaats van aantrekkelijk.

Spelling en grammatica controleren

Een tekst moet natuurlijk in goed Nederlands geschreven zijn. Met de huidige spelling- en grammaticacontroles in tekstverwerkingsprogramma's kan een tekst foutloos worden. Maar soms vertrouwt men teveel op deze controles. Elke schrijver moet zijn tekst ook een paar keer nalezen of laten nalezen.

Inhoud controleren

Maar nog belangrijker dan spelling- en grammaticacontrole is de controle op de juistheid, de volledigheid en de interne consistentie van een tekst. Lever nooit een tekst in met onderdelen, waarover je zelf enige twijfel hebt, tenzij je echt onder tijdsdruk staat. Je eigen twijfels zijn vaak een aardige indicatie voor kritiek op je eigen tekst. Als je onzeker bent over een stuk tekst en je neemt de moeite om daar eens goed over na te denken, dan zul je merken dat je onzekerheid in feite neerkomt op kritiek op je eigen tekst. Door er de tijd voor te nemen kun je die kritiek verwoorden en wellicht kun je de kritiek dan nog ondervangen. Laat een tekst ook een tijdje bezinken. Als je een tekst(-onderdeel) uitgeschreven hebt, slaap er dan een nachtje over. Vanuit een bepaalde afstand kun je anders naar de tekst kijken, zie je zaken misschien scherper en krijg je ideeën om het te verbeteren. Maar je kunt ook te lang bij een tekst blijven hangen, omdat je streeft naar perfectie. Dan zie je telkens weer kleine onderdelen die eigenlijk nog beter kunnen. In dat geval is het handig voor jezelf een deadline te stellen. Dat voorkomt dat je eindeloos doorgaat. Een regelmatig terugkerende fout bij wat grotere verslagen is dat ze intern niet consistent zijn. In het begin van een verslag wordt een vraag gesteld en het uiteindelijke antwoord is geen antwoord op de gestelde vraag. Of er wordt een probleem beschreven en vervolgens wordt er gekozen voor een oplossing die nog maar weinig te maken heeft met het oorspronkelijke probleem. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de termijn waarop zo'n verslag tot stand komt. Vooral bij verslagen in het kader van projectonderwijs of een afstudeeropdracht gebeurt dit regelmatig. Meestal hebben studenten dan niet die informatie kunnen vinden die een antwoord gaf op de vraag, maar wel andere informatie. Mocht jou dit ook overkomen, kies dan een van de volgende strategieën, nl. opnieuw zoeken, de vraag veranderen of duidelijk aangeven dat je geen antwoord kon vinden op de gestelde vraag. Op deze manier blijft je verslag wel intern consistent.

Literatuurlijst maken

Wees zorgvuldig in het maken van literatuurlijsten. Elke discipline gebruikt daarvoor eigen regels. Als je een artikel schrijft voor een wetenschappelijk tijdschrift, dan worden er strenge eisen gesteld aan literatuurverwijzingen. Wanneer je vanaf NU er steeds voor zorgt dat je dit nauwkeurig doet, zul je er later steeds veel plezier van hebben. Hoe doe je dat goed? Hier volgen een paar tips en voorbeelden:

  • Tips:
    • Let op auteursrechten ! Je mag altijd kleine tekstgedeeltes van andere schrijvers overnemen in je eigen tekst, mits je verwijst naar de auteur. Dit doe je door de letterlijk overgenomen tekst tussen aanhalingstekens te plaatsen en vervolgens tussen haakje de naam van de auteur en het jaartal van publicatie te vermelden. In je literatuurlijst moet je dan de literatuurverwijzing van deze auteur opnemen, liefst met paginanummer waar de tekst te vinden is. Op deze manier kan ieder ander nagaan of je citaat klopt.
    • Het is niet gebruikelijk dat je hele pagina's tekst letterlijk overneemt. Wanneer je dat wel doet en er geen auteursnaam bij bermeld, is dat plagiaat. Dus strafbaar. Dit is makkelijk te voorkomen door duidelijke bronvermeldingen.
  • Voorbeelden van literatuurvermeldingen (let op de cursief gedrukte onderdelen!):
    • Zo verwijs je naar een website:
      Website Projectvaardigheden. Http://www.cs.utwente.nl/~iwp, geraadpleegd op 8-8-2002
    • Zo verwijs je naar een boek:
      Lynch, P.J. & Horton, S. (1999) Web Style Guide. London: Yale University Press. (Zie ook: http://info.med.yale.edu/caim/manual; geraadpleegd op 8-7-2002)
    • Zo verwijs naar een hoofdstuk uit een reader:
      Oosterhuis-Geers, J.A. (2002) Leren ontwerpen van een showcase portfolio. In: Portfolio's E.Driessen, D.Beijaard, J.van Tartwijk en C. van der Vleuten (red.).Groningen: Wolters-Noordhoff, HOR-reeks.

Links maken

Het componeren van teksten voor webpagina's biedt de mogelijkheid om links te maken naar sites die de bezoekers van de pagina wellicht interesseren. Wees kieskeurig in de doorverwijzing. Hoe beter jij selecteert, hoe prettiger de bezoeker van je site dat vindt. Houdt hierbij rekening met de doelgroep. Iedereen kan je site bezoeken, maar je ontwerpt de site voor een bepaalde doelgroep en dat is een belangrijk criterium voor een juiste selectie van interessante links.

Tekst bijstellen

Elke tekst kent een aantal rondes, variërend van één concept tot meerdere. Het aantal rondes is afhankelijk van verschillende situaties. Een student die alleen een opdracht doet, schrijft een eerste concept, leest het nog eens kritisch door en levert het dan in bij de docent. Studenten van een projectgroep verdelen de taken en ieder schrijft een onderdeel uit. Na het samenvoegen van de onderdelen, leest ieder het geheel nog eens kritisch door en daarna wordt het commentaar verwerkt. Soms volgt nog een correctieronde. Bij een afstudeeropdracht loopt het weer anders. Daar volgen concepthoofdstukken en uiteindelijk wordt het geheel nog een paar keer doorgenomen, voordat het verslag uiteindelijk naar tevredenheid van student en begeleiders klaar is. De mate waarin je commentaar vraagt en waarin je bereid bent je teksten bij te stellen is aan jou. De consequenties eveneens. Ben je te snel tevreden en heb je teveel haast, dan zal het oordeel over de tekst er ook naar zijn, tenzij je heel intelligent bent en alles heel makkelijk kunt. Ben je een perfectionist en ga je door tot het laatste moment, dan zul je zo af en toe toch eens moeten afvragen of die laatste puntjes op de 'i' al die extra moeite wel waard zijn.