Hoe staat het met jou? Hoe goed ben je al?

Hieronder volgen een aantal vragen om te meten op welk niveau jij deze competentie beheerst. In dit geval gaat het om het schrijven van teksten en verslagen. Hierbij kun je denken aan het laatste verslag dat jij geschreven hebt. Als je een vraag niet begrijpt, is dat geen probleem. Het betekent waarschijnlijk dat je de gebruikte termen nog niet kent. In het onderdeel 'Uitleg" worden deze termen toegelicht. Onderstaand lijstje vul je voor én na de tekstuitleg en de oefeningen in. Op deze manier kun je nagaan of jij verbeterd bent. Zorg er wel voor dat je jouw scores bewaart zodat je later kunt vergelijken.

Teksten componeren

(Elk criterium scoort op een vijfpuntsschaal, die varieert van 1 tot 5; 1 = laag en 5= hoog)

Schrijfproces:
1. Mijn teksten zijn afgestemd op de doelgroep 1          5
2. Mijn teksten hebben de juiste (vaste) structuur 1          5
3. Mijn teksten hebben een goede indeling naar onderwerpen 1          5
4. Mijn bouwplannen van teksten vormen altijd een goede eerste aanzet 1          5
5. Mijn teksten hebben een mooie layout 1          5
6. De interne en externe verwijzingen in mijn teksten zijn juist 1          5
7. De moeilijkheidsgraad van mijn teksten is afgestemd op de doelgroep 1          5
8. Over het algemeen zijn mijn teksten levendig 1          5
9. Grammatica- en spelfouten komen in mijn teksten niet meer voor 1          5
10. Mijn teksten hebben goed geconstrueerde zinnen 1          5
Inhoud:
11. Probleemstellingen weet ik helder te formuleren 1          5
12. Ik houd rekening met de complexiteit van de informatie 1          5
13. De inhoudelijke verwijzingen in mijn teksten zijn adequaat 1          5
14. De inhoud van mijn informatie is vakinhoudelijk verantwoord 1          5
15. Er is sprake van creatieve oplossingen in mijn verslagen 1          5
16. Er is sprake van een heldere relatie tussen doel van de tekst en de inhoud van de tekst (doel-ontwerp; probleem-oplossing e.d.) 1          5

Je score:

Het advies: