![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
|
Presenteren Natasja: Ze vroegen aan mij of ik de presentatie wilde doen. De vorige keer vonden ze dat ik het ook zo goed deed. Eigenlijk moeten anderen het ook maar eens doen, maar we kwamen als groep zo in tijdnood dat ik het maar even snel heb gedaan. Lars: Presenteren is niks voor mij. Meestal zoek ik de dingen uit en dan houdt een ander groepslid wel de presentatie. Maar nu moeten we van de docente aan onze zwakke kanten werken en ben ik de pineut. Ik ben best wel zenuwachtig hoor. Tips voor een goede presentatie Of je nu een tentamen doet of een presentatie houdt, zenuwen horen erbij. Denk jij dat anderen altijd veel minder last hebben van zenuwen dan jij? Geloof het maar niet, dat is schijn, tenzij je last hebt van faalangst. Mensen met faalangst vormen een uitzondering. Zenuwen spelen een grote rol bij belangrijke gebeurtenissen. Dat is goed, want zenuwachtig zijn betekent dat je alert bent. Het verwijst naar een optimaal spanningsniveau om een goede prestatie neer te zetten. Als je niet zenuwachtig zou zijn, maar juist super relaxt, dan zou je waarschijnlijk dingen vergeten of maar slordig uitvoeren. Er is alleen sprake van te veel zenuwen, als zenuwen je blokkeren. Je klapt op een onverwacht moment dicht en kunt niet meer doen, wat je van plan was en wat je normaal ook wel zou kunnen. Als dat vaker voorkomt in verschillende situaties dan zou je wel eens last kunnen hebben van faalangst. De doorsnee student is zenuwachtig voor een grote prestatie (tentamen of voordracht), maar een buitenstaander kan dat vaak niet zo goed zien. Bovendien verdwijnen die zenuwen vaak als sneeuw voor de zon, zodra de eerste zinnen zijn uitgesproken. Tips voor een goede presentatie Wat moet je doen om een goede presentatie te houden? Hieronder volgen zeven stappen:
5. Optimaliseer de kans op aandacht door de keuze van een goede invalshoek. Ga na waar de belangstelling van je publiek naar uitgaat. Misschien kun je een voorgesprek hebben met iemand die representatief is voor je publiek of die het publiek goed kent. 6. Ontwerp een pakkende inleiding en leuke afsluiting. Dit maakt je verhaal levendig. Begin bijvoorbeeld met een aardige anekdote uit je eigen ervaring of gebaseerd op iets wat je in de krant hebt gelezen. Zorg er wel voor dat de anekdote de kern van je verhaal onderstreept, anders werkt het averechts. Illustraties of een cartoon kunnen je verhaal ook leuker maken, maar gebruik ze op gepaste momenten en overdrijf niet.
Een spreekschema is een minimaal uitgeschreven versie van je lezing. Schrijf nooit een presentatie helemaal uit, want dan bestaat het gevaar dat je gaat voorlezen. Niets is zo saai als het luisteren naar een voorgelezen verhaal. Ook een van buiten geleerd letterlijk verhaal is vaak slaapverwekkend. Schrijftaal is namelijk iets heel anders dan gesproken taal. In een lezing mag je best eens 'uh, …' zeggen. Het is helemaal niet erg om te aarzelen of iets niet te weten. In de ogen van je publiek word je daar meer mens van. Zorg ook dat je verstaanbaar bent. Als je het niet zeker weet, controleer dat dan even door het publiek achter in de zaal te vragen of je verstaanbaar bent. Een spreekschema is een velletje papier waarop je de beginzin en de eindzin volledig uitschrijft. Verder staan er een paar tussenzinnen en wel op punten, waar je moeilijkheden verwacht. Voor het overige volsta je in een spreekschema met trefwoorden, die dienen als geheugensteuntje. Als je zo'n trefwoord ziet, weet je wel ongeveer wat je zeggen moet. Verder kun je op je spreekschema details vermelden, die moeilijk te onthouden zijn, zoals data of cijfers. Tot slot kun je nog aanwijzingen voor jezelf noteren, zoals: 'hier rustig praten' of 'hier het publiek even aankijken' of 'hier een vraag stellen', 'nu sheet vijf laten zien' en dergelijke. Wanneer je erg gebonden bent aan de tijd, omdat je presentatie bijvoorbeeld niet langer dan 20 minuten mag duren, kun je op je spreekschema de tijd noteren. Mocht je tijdens de echte presentatie merken dat je er langer over doet, dan kun je delen schrappen. Voor een echt belangrijke presentatie kun je een proefpresentatie houden voor vrienden of bekenden. Dat is een aardige manier om feedback te krijgen en een inschatting te maken van de tijd. Heb je wel eens een spreekbeurt gehouden waarbij je merkte dat iedereen met elkaar begon te kletsen? Er komt dan wel een discussie op gang, maar dan eentje die jij niet zo bedoeld had. Is het je wel eens overkomen er een diepe zucht uit het publiek loskwam toen jij klaar was met je verhaal? Het zijn dingen waar jij je wat ongemakkelijk bij kunt voelen en wat je onzeker kan maken. Hoe moet je reageren op reacties uit je publiek? Wat moet je doen om een levendige discussie op gang te breng? Hier volgen een paar tips:
Van fouten kun je leren Wat je ook doet, het is goed om af en toe eens stil te staan bij je prestaties. Wat ging goed en wat ging fout. Wat kun je hiervan leren voor de volgende keer? Reflecties sturen je handelen. Als je niet reflecteert of te oppervlakkig, zal het langer duren voor je iets goed onder de knie hebt. Veel studenten zeggen dat ze zenuwachtig zijn voor een presentatie en dat ze het gewoon maar heel veel moeten oefenen, dan gaat het vanzelf wel beter. Dat klopt. Na de zoveelste keer zullen ze het ook wel kunnen. Maar je hebt niet altijd de gelegenheid om veel te oefenen. Bovendien kun je sneller leren een goede presentatie te geven als je aan de hand van de genoemde zeven stappen analyseert wat er mis ging en bij de volgende presentatie ervoor zorgt dat je niet dezelfde fouten maakt. Zo leer je sneller. Hetzelfde geldt voor tentamens. Of je nu voor de gok naar een tentamen geweest bent of er serieus voor gestudeerd hebt, kijk altijd naar de resultaten. Zorg ervoor dat je erachter komt waarom jij een eventuele onvoldoende hebt gehaald. Welke onderdelen van het vak beheers je blijkbaar niet? Had je niet alles even goed bestudeerd? Heb je bepaalde leerstofonderdelen niet begrepen of misschien verkeerd begrepen ? Wat voor soort fouten maak je? Heb je te globaal geantwoord? Ben je te veel details vergeten op te schrijven, terwijl je ze wel in je hoofd had? Heb je geen antwoord gegeven op de vraag? Heb je geen goede structuur gebruikt bij de beantwoording of was je argumentatie niet logisch opgebouwd? Heb je feiten gegeven terwijl er om inzicht werd gevraagd? Als je op deze manier je tentamenresultaten analyseert dat kun je doelgerichter en efficiënter studeren voor je herkansing.
Steehouder, M., Jansen, C., Maat, K., Staak, J. van der, Vet, D. de, Witteveen, M. & Woudstra, E. (1999), Leren Communiceren, Groningen: Wolters-Noordhoff. |
![]() |
|||||||||||||||