Hoe staat het met jou? Hoe goed ben je al?

Hieronder volgen een aantal vragen om te meten op welk niveau jij deze competentie beheerst. Hier gaat het om het geven van een presentatie. Je kunt je laatste voordracht of spreekbeurt in gedachten nemen bij het beantwoorden van onderstaande vragen. Als je een vraag niet begrijpt, is dat geen probleem. Het betekent waarschijnlijk dat je de gebruikte termen nog niet kent. In het onderdeel 'Uitleg" worden deze termen toegelicht. Onderstaand lijstje vul je voor én na de tekstuitleg en de oefeningen in. Op deze manier kun je nagaan of jij verbeterd bent. Zorg er wel voor dat je jouw scores bewaart zodat je later kunt vergelijken.

Presenteren

Presenteren

(Elk criterium scoort op een vijfpuntsschaal, die varieert van 1 tot 5; 1 = laag en 5= hoog)

1. De informatie die ik in mijn presentatie naar voren breng, is volledig 1          5
2. Het publiek vindt mijn verhaal interessant 1          5
3. De openingen van mijn presentaties zijn boeiend 1          5
4. De structuren van mijn verhalen zijn logisch 1          5
5. Ik hanteer deugdelijke argumenten in mijn presentaties 1          5
6. Ik weet altijd wel een leuke anecdote te verzinnen om mijn presentaties wat te verlevendigen 1          5
7. De afsluitingen van mijn presentaties zijn pakkend 1          5
8. Ik ben in staat het publiek te verleiden tot actieve deelname 1          5
9. Op reacties uit het publiek kan ik snel en adequaat reageren 1          5
10. Mijn spreektempo is goed 1          5
11. Ik zorg ervoor dat de audiovisuele middelen goed verzorgd zijn 1          5

Je score:

Ons advies: