Hoe staat het met jou? Hoe goed ben je al?

Hieronder volgen een aantal vragen om te meten op welk niveau jij deze competentie beheerst. Als je een vraag niet begrijpt, is dat geen probleem. Het betekent waarschijnlijk dat je de gebruikte termen nog niet kent. In het onderdeel 'Uitleg" worden deze termen toegelicht. Onderstaand lijstje vul je voor én na de tekstuitleg en de oefeningen in. Op deze manier kun je nagaan of jij verbeterd bent. Zorg er wel voor dat je jouw scores bewaart zodat je later kunt vergelijken.

Kwaliteit bewaken

Kwaliteit bewaken

(Elk criterium scoort op een vijfpuntsschaal, die varieert van 1 tot 5; 1 = laag en 5= hoog)

1. Criteria voor het meten van de kwaliteit van diensten en produkten weet ik wel te achterhalen 1          5
2. Bij het bewaken van de kwaliteit ben ik in staat de invloed van de contekst te onderkennen 1          5
3. Ik kan kwaliteitscriteria zodanig specificeren dat ze meetbaar zijn 1          5
4. Het verschil tussen prestatiecriteria en functionele criteria is mij helder 1          5
5. Ik maak een onderscheid tussen kwaliteitscriteria die kwalitatief en kwantitatief meetbaar zijn 1          5
6. Ik ben in staat procedures te bedenken om periodiek de kwaliteit van diensten en producten te meten 1          5

Je score:

Het advies: