SMART-doelen formuleren


Alice vraagt: welke kant moet ik op?

Hij antwoordt: wat is je doel?

Alice: Ik heb geen doel, zeg me gewoon maar welke kant ik op moet.

Hij: Nou dan maakt het ook niet uit welke kant je opgaat.

1. Waarom doelen stellen ?

Mensen hebben doelen, maar ook groepen en organisaties kunnen doelen hebben. Doelen sturen je gedrag. Als je geen doelen hebt, maakt het niet zoveel uit wat je doet. Stel je gaat een dagje auto rijden. Als je geen doel hebt maakt het niet uit of je links of rechtsaf gaat, de autobaan neemt of een zandweg. Als je een dagje recreatief wilt toeren, heb je een doel. Je weet dan dat je beter het groene landweggetje kunt nemen dan de autobaan met grote kans op file. Wil je naar Pink Pop dan weet je dat je beter de trein kunt nemen dan de auto. Kortom: doelen zijn makkelijk omdat ze je helpen bij het nemen van beslissingen. Dat geldt niet alleen voor jou als individu, maar ook voor groepen en organisaties. Als tijdens een groepsoverleg blijkt dat men het niet met elkaar eens is, kan het verwijzen naar een gemeenschappelijk doel soms de doorslag geven. Maar hoe stel je haalbare doelen?

2. SMART doelen

Vaak wordt het stellen van doelen verward met het hebben van goede voornemens. Denk maar aan de mensen die zich op 1 januari voornemen om te stoppen met roken. Is 'stoppen met roken' een voornemen of een doel? Het is een goed voornemen, want als het je lukt leef je gezonder en voor medemensen kan het aangenamer zijn. Als doel is 'stoppen met roken' wat vaag. Want wanneer stop je met roken? Is dat nu meteen of over twee weken? Wat bedoelt iemand precies met 'stoppen', wil dat zeggen één sigaret per dag of alleen maar een paar sigaretten op feestjes of geen enkele sigaret meer? Goede doelen stellen betekent SMART doelen stellen. Een doel is SMART als het Specifiek, Meetbaar, Aanwijsbaar, Realistisch en Tijdgerelateerd is.

Specifiek wil zeggen dat het doel niet vaag is, maar tamelijk concreet.

Bijvoorbeeld: Student zegt " Ik ga harder werken" dan is dat niet specifiek. Wel specifiek is als deze student zegt: ' Voor Calculus I ga ik de colleges bijwonen en de practicumopgaven maken"

Meetbaar wil zeggen dat je moet kunnen nagaan of het specifieke doel ook omgezet wordt in handelingen die meetbaar zijn.

Bijvoorbeeld: Je kunt meten hoeveel colleges iemand volgt en hoeveel practicumopgaven gemaakt worden.

Aanwijsbaar wil zeggen dat duidelijk is wie wat moet doen om het doel te bereiken. Dit vooral voor groepsdoelen.

Voorbeeld: Stel de faculteit wil dat het studierendement omhoog gaat. Om dit doel te bereiken krijgen docenten van vakken met lage slaagpercentage onderwijskundige begeleiding. Dit betekent dat de onderwijskundige een training geeft aan docenten, maar ook dat docenten hun vak aanpassen en dat de faculteit geld uittrekt voor dit project. Verschillende mensen worden aangewezen voor uiteenlopende taken.

Realistisch verwijst naar de haalbaarheid van doelen. Soms zijn doelen zo hoog gegrepen dat het bijna niet mogelijk is om ze te halen. Het niet halen van doelen werkt demotiverend. Doelen die te laag gesteld zijn, worden makkelijk gehaald, maar dat levert niet veel bevrediging op. Het meest motiverend is om doelen te stellen die net boven het niveau van jezelf of de groep liggen. Je moet dan iets extra's doen om ze te halen en als het lukt, kun je met reden trots zijn op jou prestatie of die van de groep. Dat geeft weer energie voor het volgende, haalbare doel. Om te weten wat haalbare doelen zijn moet je jezelf (of de groep / de organisatie) goed kennen. Een terugblik op het verleden of het gegevens verzamelen over het verleden kan hierbij helpen.

Voorbeeld: Een student heeft in de twee trimester 25% van de vakken gehaald. Toch wil hij in een jaar alle vakken halen. Is dat realistisch? Waarschijnlijk niet, tenzij de student van zichzelf weet dat hij onder grote druk een enorme spurt kan maken of weet dat hij in vakanties juist extra hard kan werken. Het lijkt realistischer om te denken dat zo'n student wellicht met wat extra inspanning en met inzet van extra tijd in de zomervakantie hooguit 50% van de vakken kan halen.

Tijdgerelateerd, d.w.z. dat er duidelijk een begin en een eindtijd afgesproken moet worden. Wanneer begin je met het verrichten van activiteiten om je doel te bereiken en wanneer kun je zeggen dat je het doel bereikt hebt.

Voorbeeld: wanneer begint de eerder genoemde student met 'harder werken, c.q. volgen van colleges'? Vanaf het eerstvolgende hoorcollege of vanaf het volgende blok? Wanneer kun je zeggen dat deze student zijn doel heeft bereikt? Wanneer hij de eerste drie colleges heeft gevolgd en de daarbij behorende opgaven heeft gemaakt of op het moment dat hij een heel trimester alle colleges heeft gevolgd en de opgaven heeft gemaakt?