Hoe staat het met jou? Hoe goed ben je al?

Hieronder volgen een aantal vragen om te meten op welk niveau jij deze competentie beheerst. Als je een vraag niet begrijpt, is dat geen probleem. Het betekent waarschijnlijk dat je de gebruikte termen nog niet kent. In het onderdeel 'Uitleg" worden deze termen toegelicht. Onderstaand lijstje vul je voor Ún na de tekstuitleg en de oefeningen in. Op deze manier kun je nagaan of jij verbeterd bent. Zorg er wel voor dat je jouw scores bewaart zodat je later kunt vergelijken.



SMART DOELEN

(Elk criterium scoort op een vijfpuntsschaal, die varieert van 1 tot 5; 1 = laag en 5= hoog)

1. Persoonlijke doelen geven richting aan mijn handelingen 1          5
2. Korte termijn en lange termijn doelen onderscheid ik duidelijk van elkaar 1          5
3. Als ik mijn doelen heel concreet maak, bereik ik meer 1          5
4. Regelmatig ga ik na of ik mijn persoonlijke doelen ook haal 1          5
5. Op basis van mijn ervaringen kan ik goed inschatten of doelen haalbaar zijn 1          5
6. Wanneer we duidelijke afspraken maken over de taakverdeling in de projectgroep bereiken we eerder ons doel. 1          5
7. Ik werk met deadlines om te voorkomen dat ik in goede voornemens blijf steken 1          5

Je score:

Het advies: